Algemene informatie

Let op: wetgeving en regelgeving en de uitleg en toepassing daarvan zijn aan veranderingen onderhevig. De informatie op deze website kan dus achterhaald zijn.

Op deze pagina vindt u algemene informatie over het onderwerp: woonboot, woonschip, woonark, aquavilla, waterwoning, watervilla...

Daarbij wordt getracht geen waardeoordeel te geven over de verschillende verschijningsvormen en wordt voornamelijk gebruik gemaakt van de algemene benaming: WOONBOOT.

In regelgeving van de overheid wordt een woonboot vaak omschreven met de tekst: "Een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt als, of bestemd is tot, woon- en nachtverblijf" (of met woorden van gelijke strekking).

Een woonboot is, naar op deze site gehanteerde begrippen, een drijvende woning. Toch is er in het dagelijks spraakgebruik een onderscheid waar te nemen. Diverse namen worden gebruikt voor (drijvende) woningen op het water.

De term woonschip wordt vaak gebruikt voor een (varend) schip wat gebruikt wordt om op te wonen. Dat kan een vrachtschip geweest zijn, waarvan de vrachtruimte omgebouwd is. Vaak worden dergelijke schepen nog gebruikt om mee te varen (je gaat dan met je huis de wijde wereld in). Soms blijven deze schepen op een vaste ligplaats liggen.


Een woonark is volgens velen een platte rechthoekige bak waarop een rechthoekige woonruimte gebouwd is. De bak was vroeger vaak van staal, maar reeds tientallen jaren wordt hiervoor vaak beton gebruikt. Het voordeel van beton is dat dit materiaal (bijna) onderhoudsvrij is.


Sommigen gebruiken de benaming schark voor een kruising tussen een schip en een ark. De romp van een (oud) schip wordt gebruikt als casco (bak) voor een ark. Op de romp wordt een rechthoekige woonruimte gebouwd, welke meer woonruimte (en -comfort) biedt dan de originele laadruimte.

Een aquavilla, watervilla (of waterwoning) is volgens een aantal mensen de nieuwste vorm van drijvend wonen. Daarbij lijkt het soms dat enigszins wordt neergekeken op de conventionele woonboten. De watervilla wordt dan geïntroduceerd als een geheel nieuwe (meer acceptabele?) vorm van wonen.



Soms worden woonboten gebruikt voor de verhuur van kamers of appartementen. Dat is mogelijk in variaties, voor short stay verhuur (ook Bed & Breakfast), langere verhuur, als studentenkamers. Dit komt voor bij nieuwere en oudere exemplaren.



De ligplaats is belangrijk geworden door de jaren heen. De mogelijkheid om officieel (geregeld met bijvoorbeeld een vergunning, ontheffing of huurcontract) ergens permanent te liggen lijkt belangrijker geworden te zijn dan de woonboot zelf.
In Nederland liggen ongeveer 10.000 woonboten met een (legale) ligplaats, waarvan een zeer groot deel (ongeveer een kwart van het totale aantal) in Amsterdam.

Je kunt niet zomaar met een woonboot ergens heen varen, aanleggen en daar blijven wonen. Gemeentes en andere overheden zijn alert op het aanmeren van (woon)schepen. De bestaande ligplaatsen worden gebruikt door de huidige bewoners. Daarvoor hebben ze van de betreffende instanties en/of eigenaren toestemming. Op andere (lege) plaatsen worden woonschepen niet toegelaten. In het algemeen wordt gesteld dat het aanmeren met een woonschip verboden is, tenzij het uitdrukkelijk is toegestaan.

Soms worden (woon)schepen in jachthavens permanent bewoond. Of dat is toegestaan, is afhankelijk van o.a. het (gemeentelijke) bestemmingsplan. Daarin moet de bestemming van de betreffende locatie een dergelijke bewoning mogelijk maken. Meestal zal dat niet het geval zijn, maar zal de bestemming "recreatie" zijn. In de praktijk worden soms schepen in jachthavens wel bewoond, terwijl dat formeel niet toegestaan is. Of dat goed gaat, hangt o.a. af van de medewerking van de eigenaar/beheerder van de jachthaven.



Mensen wonen al meer dan honderd jaar op het water. Vroeger gebruikten velen een schip voor hun broodwinning en was het tevens in gebruik als woonruimte. Voor het vervoeren van vracht werden vaak schepen gebruikt, maar ook mensen zoals kermisexploitanten gebruikten schepen. Na verloop van tijd raakten schepen in onbruik. Veel eigenaren bleven dan, ook na hun pensioen, erin wonen. Ook in de periode waarin er een tekort aan woningen was (na de Tweede Wereldoorlog) kozen veel mensen voor een schip als woonruimte.

Bukken en olielampjes leken symbolisch te zijn voor het wonen op de schepen destijds. De (ex)varende woonschepen hadden weinig luxe. De woonruimte was vaak klein. Het in gebruik nemen van de vrachtruimte als woning leverde meer leefruimte op, maar had ook nadelen. De niet geisoleerde stalen schepen waren vochtig, o.a. vanwege condensvorming. Er waren geen aansluitingen naar de wal (geen gas, elektriciteit en dergelijke). Energie werd geleverd door installaties die op de schepen gebruikelijk waren: stoken op hout, gas of (diesel)olie, weinig elektriciteit van accu's.

De wet op woonwagens en woonschepen ontstond in 1918, nadat de overheid zag dat deze woonvormen een permanent karakter kregen. Men regelde hierin een aantal zaken, omdat er angst bestond voor negatieve ontwikkelingen (het ontstaan van sociale hinder, kinderen die niet naar school gingen).

Deze wet (die sinds 1999 niet meer bestaat) bevatte artikel 31:

"Alle provinciale-, plaatselijke- en waterschapsverordeningen betreffende woonwagens en woonschepen vervallen bij het in werking treden dezer wet.
De gemeenteraden blijven bevoegd bepalingen vast te stellen betreffende de plaats, door woonwagens en woonschepen bij verblijf binnen de gemeente in te nemen, alsmede omtrent de voldoening van gelden tot gering bedrag voor een standplaats op openbare plaatsen, wanneer het verblijf binnen de gemeente een bepaalden bij de verordening vast te stellen termijn te boven gaat. Deze termijn mag niet korter worden gesteld dan veertien al dan niet achtereenvolgende dagen binnen hetzelfde kalenderjaar
."

Bij het in werking treden van de wet destijds, werd opgemerkt dat het niet meer geoorloofd zou zijn, het verblijf in gemeentes aan woonschepen (en woonwagens) geheel te ontzeggen: "Met het in werking treden van de wet vervallen alle gemeentelijke verordeningen op het stuk der woonwagens. Alléén blijven de gemeenteraden bevoegd in de gemeente een  bepaalde  plaats aan te wijzen, waar woonwagens en woonschepen eventueel zich moeten bevinden. Het verblijf in de gemeente aan woonwagens en woonschepen geheel te ontzeggen, zal echter niet meer geoorloofd zijn". 
Simpel gesteld kwam het erop neer dat iedere gemeente (met water) aan tenminste één woonboot het gebruik van een ligplaats moest verstrekken. In de praktijk betekende het dat mensen met een woonboot zonder ligplaats op een zoektocht door Nederland een gemeente zonder liplaats konden vinden. Daar konden ze dan een permanente ligplaats voor hun schip afdwingen.


In de huidige Huisvestingswet is dit overgenomen in artikel 88, waarin staat:

"De gemeenteraad stelt geen regels die leiden tot een algeheel verbod van het in gebruik nemen of geven van een woonschip op een ligplaats.".

Woonboten vielen bij het opheffen van de wet op woonwagens en woonschepen niet onder de Woningwet, ze zijn daar bewust buiten gehouden. Destijds werd gedacht dat regelingen omtrent woonboten op gemeentelijk niveau opgenomen zouden worden in verordeningen. De VNG (Vereniging Nederlandse Gemeenten) heeft een model(woonschepen)verordening opgesteld, die door gemeentes gebruikt zou kunnen worden. In de praktijk bleek dit niet op de verwachte manier te gebeuren, vaak werden geen of slechte verordeningen opgesteld of werd onzorgvuldig geknipt in de modelteksten. Later heeft de VNG de modelverordening ingetrokken, omdat "de VNG al enkele jaren geen actief beleid voert op het terrein van woonschepen en het huidige model verouderd is.". Er is geen ander model voor in de plaats gekomen.

In de loop van de tijd onstonden situaties waarbij de status van de woonboot gekoppeld is aan de wijze waarop deze afgemeerd is. Een afmeersituatie met beugels aan palen zou dan beoordeeld kunnen worden om aan een woonboot het labeltje "bouwwerk" (in de zin van de Woningwet, later Wabo) te kunnen hangen. Dat heeft gevolgen voor de noodzaak van een Omgevingsvergunning Bouwen (voorheen Bouwvergunning) met betrekking tot de Woningwet en de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht).
LET OP: in 2014 is het onduidelijk geworden hoe met het begrip "Bouwwerk" omgegaan moet worden, na een aantal uitspraken van de Raad van State. Indien een woonboot (wettelijk) als bouwwerk gezien wordt, is formeel een Omgevingsvergunning Bouwen (voorheen Bouwvergunning) noodzakelijk en moet voldaan worden aan de eisen uit het bouwbesluit. Terwijl regelmatig een gemeente toch kiest voor het afgeven van een vervangingsvergunning. Er is veel gaande, ook met betrekking tot toepassing of aanpassing van de eisen van het Bouwbesluit. Raadpleeg dus de actuele informatie bij de betreffende instantie(s).

Veelal zijn regels voor woonboten lokaal vastgesteld. Dan kan het bijvoorbeeld voorkomen dat een gemeente bepaalt wat de afmetingen dienen te zijn en de provincie voorschriften heeft betreffende de kleur (bijvoorbeeld wel wit in stedelijke gebieden, maar niet in een landelijke omgeving).



Langzamerhand bleek wonen op het water aantrekkelijk te zijn. In feite had je een vrijstaand (vrijdrijvend) huis, voor een vroeger relatief zeer lage prijs. Je kon voor weinig geld een oud schip kopen, het ergens neerleggen en er gaan wonen. Met eenvoudige middelen kon je het wooncomfort verbeteren.

Dat het een blijvende woonvorm was, ontdekte de overheid na verloop van tijd. En zoals met alles wat maar te regelen valt, werden ook voor het wonen op een boot regels bedacht. Er werden vergunningsregelingen bedacht of een afmeerverbod ingesteld, waarbij ontheffingen nodig waren, voor het ligplaats nemen met een woonboot. Kleur van het schip, maximale afmetingen, afmeersituatie en dergelijke werden aan regels gebonden.

In veel situaties kregen de woonboten voortaan een eigen huisnummer. Voorheen hadden woonboten een tegenover-huisnummer. Sommigen hebben dat nu nog. Met dat nummer werd verwezen naar het nummer van het huis aan de overkant van de weg waaraan de woonboot lag.


Een wettelijk erkende woonvorm was het wonen op het water geworden. Tegelijkertijd leek het voor vele overheidsdienaren een ongewenste manier van wonen te zijn. Op vele locaties werd getracht het aantal woonschepen te verminderen of zelfs geheel te laten verdwijnen. Inmiddels is er een landelijke tendens van behouden van het huidige aantal ligplaatsen, zonder verdere uitbreiding.

Het ontstaan van belangenverenigingen was een gevolg van de vele met opheffen bedreigde ligplaatsen voor woonschepen. In eerste instantie ontstonden belangengroeperingen, die later uitgroeiden tot goed opererende organisaties. Op vele plaatsen zijn lokale belangenverenigingen actief.
Het ontstaan van de Landelijke Woonboten Organisatie in de jaren '80-'90 (als vervolg op de in 1974 opgerichte Stichting Landelijk Woonschepen Overleg) geeft blijk van de noodzaak goed georganiseerd te kunnen reageren op ontwikkelingen op het gebied van woonboten.

De situatie van vraag en aanbod van (ligplaatsen voor) woonboten is langzamerhand uit de hand gelopen. De overheid houdt het aantal ligplaatsen beperkt. De vraag naar woonruimte op het water is intussen veel groter geworden. Het aanbod van woonboten met ligplaats is niet groot, waardoor inmiddels de prijzen zeer fors gestegen zijn. Er komen in toenemende mate situaties voor waarbij een wrak van een woonboot voor een hoge prijs gekocht wordt vanwege het recht op gebruik van de ligplaats. Het wrak wordt daarna gesloopt en vervangen door een nieuwe luxe woonark.

Wateryuppen worden de bewoners van de nieuwe luxe watervilla's soms genoemd. Lange tijd was er sprake van een situatie waarbij er een grote verscheidenheid aan drijvende woningen was. Naast elkaar lagen grote, kleine, oude, nieuwe, luxe, eenvoudige woonboten. Anders dan bij woonwijken op de wal (waar bijvoorbeeld een wijk bewoond kan worden door nagenoeg alleen jonge gezinnen), wonen op woonboten vaak bewoners uit diverse lagen van de bevolking naast elkaar.
Er lijkt een ontwikkeling gaande, waarbij steeds vaker slechts de meer vermogenden nog in staat zijn een woonboot te kopen.

Nieuwe projecten voor woonboten komen mondjesmaat voor, hoewel er een geringe toename is van het aantal locaties waarop ligplaatsen of waterkavels gepland worden. Veelal betreft het ligplaatsen voor moderne luxe woonarken (watervilla's?).

Ook nieuwe ligplaatslocaties voor varende woonschepen worden nu af en toe gerealiseerd. Soms dienen deze als vervanging voor locaties elders waar deze schepen moeten verdwijnen, maar ook geheel nieuw toegevoegde ligplaatsen komen (sporadisch) voor.

Ook (museum)havens voor historische woonschepen komen voor. Daarin mogen alleen schepen afgemeerd worden die voldoen aan een aantal eisen, waarmee het historische karakter van de schepen en hun ligplaatssituatie gewaarborgd worden.

Het in gebruik nemen van de walkant als tuin is in de loop der jaren ontstaan. De oevers waaraan de woonboten waren afgemeerd, werden in gebruik genomen door de bewoners. Er werden schuurtjes geplaatst, de grond werd onderhouden door de bewoners en in veel gevallen ontstond langzamerhand een tuin.
Vaak is voor dit gebruik niets officieel geregeld met de eigenaar van de grond. Deze gedoogt het gebruik, omdat deze grond nergens anders voor gebruikt zou worden en omdat de bewoners het onderhoud voor hun rekening nemen.



Er wordt liggeld voor de ligplaats betaald in bijna alle gevallen. In veel gevallen is dat huur, en betaalt de bewoner geld voor het gebruik van de grond waarboven de woonboot drijft. De huur wordt betaald aan de eigenaar van de grond waarboven zich water bevindt. De hoogte van de huurprijs is afhankelijk van wat vastgesteld is door of met de (ver)huurder van de ligplaats.
In toenemende mate zijn duidelijke huurovereenkomsten vastgesteld. Ook bij het verkijgen van hypothecaire leningen spelen deze een rol. Indien een huurovereenkomst weinig of geen zekerheid geeft, zal het verkijgen van een financiering moeilijk of onmogelijk zijn.

Als er geen (huur)overeenkomst tussen verhuurder en huurder is, kan eventueel op andere wijze liggeld geheven worden.
Bij ligplaatsen van de overheid kan ook sprake zijn van precario. Dit is een heffing voor het hebben van voorwerpen boven, op of onder openbare gemeentegrond, zoals uitstallingen bij winkels of terrassen bij cafés. Als met een woonboot ruimte in openbaar water "boven openbare grond" ingenomen wordt, kan hiervoor precariobelasting geheven worden.
Een andere mogelijkheid is retributie. Dit is een betaling (vergoeding, geen belasting) aan de overheid voor een dienst die specifiek aan de individuele betaler geleverd wordt. Voorbeelden hiervan zijn leges voor vergunningen en havengeld.
Een weinig voorkomende mogelijkheid is een situatie met erfpacht. Dit is een situatie die ligt tussen eigendom en huur.

Verschillende overheden hebben in de afgelopen jaren de huursituatie onder de loep genomen en de huurprijzen herzien. Er is een prijsniveau ontstaan dat als basis geldt voor de landelijke huurprijzen, waarbij beperkingen gelden voor verdere prijsaanpassingen. In de strijd van bewoners tegen extreme huurverhogingen is vaak het verkrijgen van een goede huurovereenkomst mede de inzet geweest.

Met het nieuwe belastingstelsel (vanaf 2001) ontstonden wijzigingen in de situatie voor eigenaren van woonboten. In grote lijnen komt het erop neer dat de situatie op het punt van de eigen (drijvende) woning gelijk getrokken wordt met die van woningen op de wal.
Voor de aangifte inkomstenbelasting is het begrip "Eigen woning forfait" van belang, vergelijkbaar met wat vroeger het huurwaardeforfait was. Eenvoudig gesteld, moet de eigenaar van een woonboot die dient als hoofdverblijf op een vaste ligplaats (net als de eigenaar van een woonhuis) een bedrag aan belasting betalen, gerelateerd aan de waarde van de woonboot.

Hiervoor dient men uit te gaan van de waarde in het economische verkeer. Dit is het bedrag dat de woonboot zou opbrengen als deze verkocht zou worden (de vrije verkoopprijs). Voor huizen geldt hiervoor de WOZ-waarde (WOZ=Wet Waardering Onroerende Zaken).
Soms kan deze waarde gehaald worden uit de beschikking van een gemeente die Roerend Zaak Belasting (ook wel Roerende Ruimte Belasting) heft over de woonboot.

Eerder is al verschil van mening ontstaan over het vaststellen van deze waarde voor woonboten. Sommigen menen dat hiervoor de waarde van de "losse" woonboot als uitgangspunt genomen moet worden. Immers, slechts de woonboot is het eigendom van de eigenaar, en niet de ligplaats.
Anderen zijn van mening dat de totale waarde, dus woonboot inclusief ligplaats(gebruik) aangehouden dient te worden.

Zie ook de aparte pagina: Aangifte Inkomstenbelasting

Taxateurs die de WOZ-waarde moeten vaststellen, hanteren voor woonboten mogelijk de vergelijkingsmethode. Dat houdt in dat er gekeken wordt naar de verkoopprijzen van vergelijkbare woonboten in vergelijkbare situaties (locatie, ligplaatssituatie en dergelijke). Men gaat dus niet uit van bijvoorbeeld een vaste prijs per vierkante meter.

Overigens is er vaak verschil van mening over het begrip Onroerend Goed. Een woonboot is te verplaatsen en zou dus beschouwd moeten worden als Roerend Goed. Soms wordt echter het begrip "duurzaam ter plaatse blijven" als norm gesteld voor onroerend goed. In dat geval zou de woonboot die vast op zijn ligplaats blijft dus beschouwd kunnen worden als onroerend goed. Uiteindelijk dient de knoop juridisch doorgehakt te worden door de Hoge Raad.

Op diverse manieren is het gebruik van ligplaatsen geregeld. Ten opzichte van de eigenaar van de ligplaats bestaat er een privaatrechtelijke situatie. Ten opzichte van overheden is er een publiekrechtelijke status, en/of een privaatrechtelijke.
Je kunt als woonbootbewoner (ligplaatshuurder) te maken krijgen met diverse partijen. Met een ligplaats in water van het rijk kan Rijkswaterstaat de beheerder zijn die toestemming verleent (een vergunning of overeenkomst) waarbij zij het nautische gebruik van het water regelt (inclusief ligplaatsvergunningen/ontheffingen)... terwijl de Provincie een vergunning/ontheffing verleent waarbij gelet wordt op het uiterlijk (de hoogte en dergelijke)... en het RVOB (voorheen Domeinen) optreedt als eigenaar die de huur in ontvangst neemt (is het nog te volgen?).
Als je dan ook nog een tuin hebt op gemeentegrond, heb je daar met de gemeente als mogelijke verhuurder te maken.

Veelal is de toestemming om ergens ligplaats te hebben een ontheffing op een algemeen verbod.

De huurbescherming die voor bewoners van (huur)woningen geldt, is niet van toepassing op bewoners van woonschepen of van ligplaatsen. Om verwarring te voorkomen: iemand die een woonboot huurt kan een andere persoon zijn dan de eigenaar van een woonboot die een ligplaats huurt. Beiden zijn (ieder in hun eigen situatie) niet beschermd in hun huursituatie. Dit betekent overigens niet dat de woonbootbewoners vogelvrij zijn. Een aantal zaken rondom (ver)huren in het algemeen is in de wet geregeld.

Bewoners van gehuurde woonboten (of een deel daarvan) hebben geen recht op huursubsidie/huurtoeslag


En dan nog dit:

Over het onderwerp WOONBOTEN werd en wordt regelmatig gepubliceerd. Het resultaat is een bescheiden verzameling boeken, films en meer. Een overzicht is te vinden op een aparte pagina:

Boeken, films en meer...

 



Terug | Top
http://www.waterdetector.nlhttp://www.wonen-op-water.nl
http://www.bootklussers.nlhttp://www.drijvendwonen.nl


Nieuws

Woonbotenland wordt verbouwd
Datum: 01-09-2017
Binnenkort komt de nieuwe versie online
Lees verder...

Wateroverlast in woonboot Voorschoten
Datum: 12-06-2017
slachtoffer naar ziekenhuis
Lees verder...

Uitzonderingen in Bouwbesluit voor nieuwe woonboten
Datum: 10-06-2017
vanaf 1 januari 2018
Lees verder...

Archief >>

http://www.arkenbouw.nlhttp://www.woonboot.nl
http://www.woonbotenmakelaar.nlhttp://www.duursma.info/index.php?page=woonboot-taxatie-bouwkundige-keuring&hl=nl_NL


Vraagbaak

waterpas leggen
Datum: 23-10-2017

Ligplaats gevraagd
Datum: 15-10-2017

Woonschip hypotheek
Datum: 11-10-2017


Datum: 07-10-2017


Advertentiebeheer

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Registreren - Wachtwoord vergeten