Nieuws

11-04-2012 Onderzoek staatssecretaris naar fiscaal voordeel

geen onderzoek minister naar ontbreken huurbescherming ligplaatsen woonboten

Op 6 april 2012 antwoordde staatssecretaris Weekers van Financiën op vragen van de kamerladen Bashir en Jansen van de SP. De staatssecretaris liet naar aanleiding van de situatie weten dat het moeilijk is om aan mensen uit te leggen dat er voor een drijvende watervilla in sommige gevallen geen overdrachtsbelasting verschuldigd is, terwijl iemand met een klein huisje op de vaste wal wel het volle pond moet betalen.
Hij liet weten te e.e.a. te gaan onderzoeken (de komende tijd een aantal opties te bezien en af te wegen) om het verschil in fiscale behandeling weg te nemen.

In de kwestie van de enorme verhoging van huur voor ligplaatsen in Rijkswater is de ongelijkheid aan de orde geweest van het ontbreken van huurbescherming van ligplaatsen. Aan de staatssecretaris werd het verzoek gedaan een onafhankelijk onderzoek naar huurbescherming van woonbootbewoners te verrichten. Dat verzoek werd door hem overgebracht aan minister Spies van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, die in een brief van 28 maart 2012 liet weten een onafhankelijk onderzoek daarnaar niet nodig te vinden.
 
 
Hierna volgend zijn de teksten van de antwoorden van de staatssecretaris en de brief van de minister weergegeven.
 
 
////////// ANTWOORDEN STAATSSECRETARIS 06/04/2012 //////////

Ministerie van Financiën
Directie Douane en Verbruiksbelastingen
Korte Voorhout 7 2511 CW Den Haag Postbus 20201 2500 EE Den Haag www.rijksoverheid.nl
Ons kenmerk
DV/2012/109 U
Uw brief (kenmerk)
15-03-2012 (2012Z05215)
Bijlagen
1


Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA Den Haag

Datum 6 april 2012
Betreft Vragen van de leden Bashir en Jansen (beiden SP) over de fiscale
behandeling van waterwoningen


Geachte Voorzitter,

Hierbij doe ik u toekomen de antwoorden op de schriftelijke vragen van de leden Bashir en Jansen (beiden SP) over de fiscale behandeling van waterwoningen.

Hoogachtend,


De staatssecretaris van Financiën,
mr. drs. F.H.H. Weekers


Antwoorden naar aanleiding van de schriftelijke vragen van de leden Bashir en Paulus Jansen (beiden SP) aan de staatssecretaris van Financiën over de fiscale behandeling van waterwoningen (ingezonden 15 maart 2012, nummer 2012Z05215)

Vraag 1
Kunt u toelichten wat de uitspraak van de Hoge Raad 1) betekent voor de fiscale behandeling van waterwoningen en hierbij ingaan op de volgende punten: overdrachtsbelasting, hypotheekrenteaftrek, eigenwoningforfait, onroerende zaakbelasting, vermogensrendementsheffing bij gebruik als hoofdwoonverblijf dan wel als tweede woning? 2)

De Hoge Raad heeft op 9 maart 2012 1 een arrest gewezen voor de overdrachtsbelasting over de vraag of een waterwoning een onroerende zaak is. De Hoge Raad stelt, onder verwijzing naar een arrest 2 van de Hoge Raad over een woonark, dat een zaak die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft, aangemerkt moet worden als een schip in de zin van artikel 8:1 van het Burgerlijk Wetboek en derhalve in het algemeen een roerende zaak is. Echter, een waterwoning die is verbonden met de oever op een dusdanige wijze dat sprake is van duurzame vereniging met die grond, is een onroerende zaak op grond van artikel 3:3, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.

Deze uitspraak heeft gevolgen voor de overdrachtsbelasting en de vermogensrendementsheffing.

Voor de heffing van overdrachtsbelasting wordt op grond van de huidige wetgeving aangesloten bij de verkrijging van een in Nederland gelegen onroerende zaak (of een daarop gevestigd beperkt recht). Ingevolge het arrest van 9 maart 2012 kan er geen overdrachtsbelasting worden geheven ter zake van de verkrijging van een drijvende woning die als een roerende zaak kwalificeert.

Hiernaast vallen door de uitspraak van de Hoge Raad de roerende waterwoningen - niet zijnde een eigen woning - die voor persoonlijk doeleinden worden gebruikt en niet hoofdzakelijk als belegging dienen, buiten de rendementsgrondslag van box 3.

Het arrest van de Hoge Raad heeft geen gevolgen voor de eigenwoningregeling in box 1, en dus ook niet voor de hypotheekrenteaftrek. Op basis van de huidige wetgeving kunnen de (roerende) waterwoningen die de belastingplichtige of personen van zijn huishouden anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staan in de regel als eigen woning kwalificeren. Ook voor de woning die als hoofdverblijf van de belastingplichtige tot diens ondernemings- of resultaatsvermogen wordt gerekend, brengt het arrest geen verandering.

De uitspraak van de Hoge Raad heeft ook geen gevolgen voor de gemeentelijke belastingheffing, aangezien op grond van de Gemeentewet een met de onroerende-zaakbelastingen vergelijkbare belasting kan worden geheven over roerende woon- en bedrijfsruimten, namelijk de roerenderuimtebelastingen. Het maakt voor de gemeentelijke belastingheffing dus materieel niet uit of een waterwoning als roerend of onroerend kwalificeert. De roerende waterwoning zal aldus in de gemeentelijke belastingheffing worden betrokken.


Vraag 2
Kan aan de hand van een rekenvoorbeeld voor een villa van € 500.000 en een watervilla van € 500.000 worden toegelicht wat het netto-effect is voor bovengenoemde belastingen c.q. aftrekmogelijkheden bij gebruik als hoofdwoonverblijf of als tweede woning?

Overdrachtsbelasting
Bij de overdracht van de villa wordt momenteel 2% 3 overdrachtsbelasting geheven over de waarde van de onroerende zaak. Bij deze overdracht is derhalve € 10 000 aan overdrachtsbelasting

-----------------------------------
1 Hoge Raad, 9 maart 2012, 11/01761.
2 Hoge Raad, 15 januari 2010, 07/13305.
3 Dit verlaagde tarief geldt tot 1 juli 2012.



verschuldigd (2% van € 500 000). Dit geldt ook voor de overdracht van een watervilla die onroerend is.

Er is geen overdrachtsbelasting verschuldigd ter zake van de verkrijging van een (drijvende) watervilla die roerend is.

Vermogensrendementsheffing

De villa en de watervilla die onroerend zijn, vallen in de rendementsgrondslag van box 3 indien deze niet als hoofdverblijf in box 1 vallen (dus als tweede woning of verhuurde woning in gebruik zijn). Als er geen schuld tegenover het bezit staat, er geen overige box 3 bezittingen zijn en de persoonsgebonden aftrek buiten beschouwing wordt gelaten, dan bedraagt de box 3 heffing over deze onroerende (water)villa:

€ 500 000  - € 21 139 (heffingvrij vermogen) = € 478 861 (box 3 grondslag)
€ 478 861  * 4% (fictief rendement) = € 19 154 (box 3 inkomen)
€  19 154  * 30% (tarief box 3) = € 5 746 (box 3 heffing)

Als tegenover het bezit van de (water)villa een hypotheekschuld staat van eveneens € 500 000 dan bedraagt de box 3 heffing per saldo € 0.

Een roerende watervilla die geen eigen woning is in de zin van box 1 valt alleen in box 3 indien deze niet voor persoonlijke doeleinden wordt gebruikt of wel voor persoonlijke doeleinden wordt gebruikt doch hoofdzakelijk ter belegging wordt gehouden. Indien de roerende watervilla voldoet aan één van deze criteria dan wordt deze roerende zaak, op dezelfde wijze als hiervoor is beschreven, in box 3 in aanmerking genomen. Voldoet de roerende watervilla niet aan één van deze criteria dan valt deze watervilla buiten de rendementsgrondslag van box 3.

Indien de niet in box 1 vallende roerende watervilla is gefinancierd met een lening, dan wordt deze lening altijd in aanmerking genomen in box 3, dus ongeacht of de roerende watervilla zelf in box 3 in aanmerking wordt genomen.


Vraag 3
Hoeveel waterwoningen zijn op 1 januari 2012 in Nederland in gebruik? Wat is de totale waarde van deze woningen? Hoeveel van deze woningen worden gebruikt als tweede woning?

Vraag 4
Hoeveel belastinginkomsten hebben het Rijk en gemeenten in 2012 gederfd doordat waterwoningen anders behandeld worden dan gewone woningen?

De term waterwoning is geen eenduidig begrip. Hieronder vallen zowel roerende als onroerende zaken. Het arrest van 9 maart 2012 had betrekking op een drijvende waterwoning die door de Hoge Raad als roerende zaak is aangemerkt. Door het Kadaster en de Belastingdienst worden van deze woningen geen specifieke gegevens opgeslagen en daarom is het moeilijk hiervan het precieze aantal vast te stellen. Geschat wordt dat het thans zal gaan om enkele honderden waterwoningen.

De prijzen van de waterwoningen variëren van € 150 000 tot € 700 000. Van die waarde is echter een deel toe te rekenen aan de bijbehorende kavel of aanlegplaats (beide op voorhand onroerende zaken).

Hiernaast moet worden opgemerkt dat ter zake van de levering van een nieuwbouw waterwoning omzetbelasting in rekening wordt gebracht. Als een drijvende waterwoning onroerend zou zijn, dan zou alleen over de verkoop van een bestaande waterwoning overdrachtsbelasting zijn verschuldigd. Er zijn geen cijfers bekend over de periode waarbinnen een waterwoning gemiddeld wordt doorverkocht.





Om al deze redenen is het budgettaire beslag wat gemoeid is met de roerende waterwoningen die niet in de overdrachtsbelasting of box 3 vallen, erg ongewis. Geschat wordt dat dit op enkele miljoenen per jaar zal kunnen uitkomen.

Ik heb geen inzicht in het aantal waterwoningen dat als tweede woning of als recreatiewoning wordt gebruikt.


Vraag 5
Zijn er verschillen tussen de fiscale behandeling van woonboten en van waterwoningen? Welke?


De benaming van de woning is, zoals blijkt uit de jurisprudentie, niet van belang. Het gaat erom of de constructie zodanig is dat de woning als roerende of onroerende zaak kwalificeert. Een zaak die blijkens zijn constructie bestemd is om te drijven en drijft is in het algemeen een roerende zaak. Een zaak die verbonden is met de oever op een dusdanige wijze dat sprake is van duurzame vereniging met die grond, is een onroerende zaak.

Zowel voor de woonboten als de waterwoningen hangt het dus van de feiten en omstandigheden af of deze als roerende of onroerende zaken kwalificeren. Afhankelijk daarvan kan de fiscale behandeling, zoals in vraag 2 is uiteengezet, verschillen.


Vraag 6
Kunt u motiveren waarom de fiscale behandeling van de bewoners van waterwoningen zou moeten verschillen van die van gewone woningen?

Vraag 7
Indien dit verschil ongewenst is, welke actie gaat u ondernemen om deze ongewenste verschillen weg te nemen? Meer specifiek, kan een wijziging van het eerste lid van artikel 1 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek deze maas in de wet dichten?


Het arrest creëert een verschil in fiscale behandeling in de overdrachtsbelasting en in de vermogensrendementsheffing van roerende waterwoningen enerzijds en van onroerende waterwoningen en gewone woningen anderzijds. Ik ben niet bereid dit verschil op voorhand te accepteren. Om die reden zal ik de komende tijd een aantal opties bezien en afwegen om dit verschil in fiscale behandeling weg te nemen. Het zal naar verwachting niet eenvoudig zijn om de gevolgen van dit arrest te mitigeren. Zo zal in zekere mate moeten worden afgestapt van het objectieve en aan het civiele recht ontleende onderscheid tussen roerende en onroerende zaken. Dit brengt mogelijk uitvoeringstechnische en juridisch nadelige gevolgen met zich mee. Ik kom hier uiterlijk bij de behandeling van het Belastingplan 2013 op terug.

Overigens moet nog worden opgemerkt dat het verschil in fiscale behandeling niet alleen speelt voor waterwoningen, maar ook voor (drijvende) bedrijfsgebouwen.


1) Hoge Raad 09-03-2012, 11/01761, V-N 2012/637.
2) Telegraaf, 13 maart 2012, Raad schrapt boete voor kopen drijfvilla.


 
 
 
////////// BRIEF MINISTER 28/03/2012 //////////


Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Directoraat-Generaal Wonen,
Bouwen en Integratie
Directie Woningmarkt
Schedeldoekshaven 200
2511 EX Den Haag
Postbus 20301
2500 EH Den Haag
Kenmerk
WBI/WM2012-000019856 1

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer
der Staten-Generaal
Postbus 20018
2500 EA DEN HAAG

Datum 28 maart 2012
Betreft Verzoek om onafhankelijk onderzoek naar huurbescherming voor ligplaatsen van
woonbooteigenaren

In het algemeen overleg over huurprijsherziening ligplaatsen woonboten van 22 maart 2012 heeft uw Vaste commissie van Financiën de staatssecretaris van Financiën verzocht om een onafhankelijk onderzoek naar huurbescherming van woonbootbewoners. De staatssecretaris van Financiën heeft uw verzoek aan mij overgebracht, omdat huurbescherming voor huurders van woonruimte op mijn terrein ligt.

In antwoord op het verzoek om een onafhankelijk onderzoek inzake huurbescherming van woonbooteigenaren geef ik te kennen dat zoals aangegeven in de brief van 1 april 2011 (II 2010-2011, 32 730, nr. 1) en het verslag van een schriftelijk overleg d.d. 14 oktober 2011 (II 2011-2012, 32 730, nr. 2) en ook in antwoord op diverse schriftelijke vragen, waarvan de recentste de vraag van het lid Van Bochove over ligplaatsen van woonboten (Aanhangsel van de Handelingen 2010-2011, 3476) was, (toekenning van) huurbescherming voor ligplaatsen voor woonboten onvoldoende recht doet aan het feit dat tijdelijke ligplaatsen mogelijk moeten zijn en dat ligplaatsen moeten kunnen worden opgeheven of verplaatst. Er moet bij de aanwijzing van ligplaatsen rekening gehouden kunnen worden met uiteenlopende en wisselende publiekrechtelijke belangen als bestemming van het landschap, beschermde stads- en dorpsgezichten, als ook met het milieu en het verkeer te water en ter land. Er is daarom behoefte aan een zekere flexibiliteit met betrekking tot het opheffen of verplaatsen van ligplaatsen. Door huurders eenzelfde huurbescherming te verlenen als huurders van woningen en standplaatsen kan deze flexibiliteit niet worden gegarandeerd. Toekenning van huurbescherming zou eigenaren van ligwater ook kunnen doen besluiten ligwater niet (meer) te verhuren.

Ik zie daarom geen reden tot het houden van een onafhankelijk onderzoek inzake huurbescherming voor woonbooteigenaren.

De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,


Mevrouw mr. drs. J.W.E. Spies
 
 


Terug | Archief | Top
http://www.waterdetector.nlhttp://www.duursma.info/index.php?page=woonboot-taxatie-bouwkundige-keuring&hl=nl_NL
http://www.wonen-op-water.nlhttp://www.woonboot.nl


Nieuws

Woonbotenland wordt verbouwd
Datum: 01-09-2017
Binnenkort komt de nieuwe versie online
Lees verder...

Wateroverlast in woonboot Voorschoten
Datum: 12-06-2017
slachtoffer naar ziekenhuis
Lees verder...

Uitzonderingen in Bouwbesluit voor nieuwe woonboten
Datum: 10-06-2017
vanaf 1 januari 2018
Lees verder...

Archief >>

http://www.bootklussers.nlhttp://www.arkenbouw.nl
http://www.woonbotenmakelaar.nlhttp://www.drijvendwonen.nl


Vraagbaak

waterpas leggen
Datum: 23-10-2017

Ligplaats gevraagd
Datum: 15-10-2017

Woonschip hypotheek
Datum: 11-10-2017


Datum: 07-10-2017


Advertentiebeheer

Gebruikersnaam:

Wachtwoord:


Registreren - Wachtwoord vergeten